"De Games zijn het bewijs dat orgaantransplantatie werkt"
IJSSELSTEIN - 4 mei 2011 - Door: Lysette Verwegen -
In het Zweedse Göteborg worden van 17 tot en met 24 juni de 18e World Transplant Games gehouden: de Wereldspelen voor deelnemers die een orgaantransplantatie hebben ondergaan. Voor de 6e keer neemt IJsselsteiner Aris Jan van Ek deel aan het onderdeel zwemmen.
Van Ek (1961) onderging in 1988 een niertransplantatie. In 1997 ‘rolde’ hij de spelen in. “Na een drukke tijd in mijn jonge gezin was ik weer gaan zwemmen bij de IJsselsteinse zwemvereniging. Ik las in een patiëntenblad over de spelen en ben gaan informeren. Zo wilde ik mijn steentje bijdragen om bekend te maken dat orgaandonatie heel belangrijk is.”

Vermoeidheid
Voor zijn transplantatie was er een leven vol vermoeidheid en op het laatst driemaal dialyseren per week. “Je voelt je even goed en dan is de volgende dialyse nodig.” De wachttijd voor een nieuwe nier was toen al tussen de 5 en 10 jaar. “Ik heb met 3 maanden wachtlijst ontzettend veel geluk gehad, want nierdonatie bij leven - door een familielid - was toen nauwelijks aan de orde.” Maar ook dat is geen oplossing voor de wachtlijst. “De wachtlijst groeit nog steeds, het aantal donoren neemt af en steeds minder mensen - de potentiële donoren - overlijden in het verkeer of aan een hersenaccident.”
Nieuwe lever
Olga Majeau, moeder van 8-jarige Tiba die 3,5 jaar geleden een nieuwe lever kreeg, maakt zich sterk voor een wet op Actieve Donor Registratie: iedereen is donor tenzij hij/zij zelf anders bepaalt. “Ondanks de actie Twee Miljoen Handtekening is er weer een patstelling en doet de regering niets, terwijl de technische mogelijkheden aanwezig zijn. Ziekenhuizen en patiënten op de wachtlijst staan met hun rug tegen de muur.”
Een droom
Ze ziet dagelijks wat het nieuwe leven voor haar dochtertje - en het gezin - betekent. “Een droom kwam uit, ze doet alles wat haar leeftijdsgenootjes doen.” En hoe moeilijk is het om een donorcodicil in te vullen? “Mensen zijn bang om over hun dood na te denken, maar de kans dat je zelf ooit een orgaan nodig hebt is vele malen groter dan de kans dat je een orgaan zult afstaan.”
Dat weet ook hartgetransplanteerde Rob de Leeuw sinds 4 jaar, toen hij op zijn 54e een nieuw hart kreeg. “Ik had al sinds mijn 16e een donorcodicil, maar het leven liep anders.” Het verschil tussen nog nauwelijks iets kunnen en een normaal leven na 10 maanden wachtlijst; met een zeker einde als het hart te laat zou komen… “Ik bleef hopen en nu lééf ik! Mijn leven is een eerbetoon aan het hart van de donor wat in mij klopt!”
Bron: Zenderstreeknieuws IJsselstein/Lopik