Rick Westerdaal neemt met nieuwe nier deel aan World Transplant Games
EDAM - VOLENDAM - 24 december 2010 - De gemeenschap Edam-Volendam is vrijwel altijd vrijgevig als het om liefdadigheid gaat, om goede doelen. Maar doen we ook aan orgaandonatie?
Anno 2010 worden we vaak opgeslokt door de waan van de dag. Maar sommige mensen kunnen plotseling nog niet eens mee met de orde van die dag, omdat een orgaan minder blijkt te functioneren. In een aantal gevallen blijkt een nieuw exemplaar acute noodzaak. ,,Maar je haalt ‘m niet zomaar even bij de supermarkt”, zegt Rick Westerdaal over zijn plotse zoektocht naar een nieuwe nier. Vorig jaar, in de nacht dat Bevrijdingsdag aanbrak, haperde het lichaam van de 45-jarige Edammer. Exact een jaar geleden stapte hij het ziekenhuis binnen voor een transplantatie. Zijn oudste broer Ferry bleek bereid een gezonde nier af te staan en matchte. De operatie slaagde en over enkele maanden doet de jongste Westerdaal, sportman in hart en nieren, in het Zweedse Göteborg mee met de World Transplant Games. ,,Het zet de boel op z’n kop, maar ook weer op z’n plaats. Prachtig wat een mens voor een medemens kan betekenen. Het is goed dat er Nederlandse deelnemers zijn. Het geeft ook aan dat orgaandonaties noodzakelijk zijn en middels zo’n evenement wordt er gevraagd aan de rest van de wereld om daarover na te denken. Want laten we wel wezen. Zonder de bereidheid van een donor, in dit geval mijn broer, had ik hier niet gezeten en daar straks niet gestaan. Het is dus van levensbelang.”
,,Ik zal de datum in het vorige jaar nooit vergeten”, begint Westerdaal. ,,Het was namelijk de nacht van 4 op 5 mei, Bevrijdingsdag. Ik werd wakker met hoofdpijn, moest flink overgeven. Op nadrukkelijk advies van mijn vrouw Lea ging ik naar de dokter. M’n bloeddruk bleek sky high te zijn. Uit onderzoek bleek dat het te maken moest hebben met mijn nieren.” Toen het functioneren van die organen onder de loep werd genomen, kreeg Westerdaal bij de diagnose ,,een klap van de molen”, zoals hij zelf stelt. ,,Van de twee nieren samen bleek de capaciteit nog maar 35%. Terwijl ik nooit symptomen had gevoeld.”
,,Maar ondertussen was mijn bloed aan het vervuilen en kreeg ik te horen dat er snel iets moest gebeuren, want mijn andere organen liepen ook gevaar. Een aanwijsbare oorzaak was er niet. Zoiets kan met een hoge bloeddruk te maken hebben, maar die werd nooit gemeten. Naderhand is dat vaker gebeurd en krijg je daar ook meer kijk op, weet ik hoe het mechanisme van het lichaam werkt.”
Jongste
,,Toen ik in het Westfriese Gasthuis in Hoorn binnenkwam voor verder onderzoek, was ik één van de jongste. We kregen een dik boek mee van de Nierstichting. Over van alles. Ik sliep slecht. Had in september enorm koude vingers, moest m’n winterjas al aan. Kreeg opeens kramp in beide kuiten en viel om. Het lichaam was ontregeld. De nieren zijn de regelneven van het lichaam. Ik stelde mezelf zoveel vragen. Ging kijken op internet. Las veel. Zat er soms een stekkertje bij me los? Maar ik kreeg geen antwoord, moest vooral rustig blijven. Op een of andere manier moest de progressieve afname van mijn niercapaciteit worden gestabiliseerd. Kortom: ik moest op zoek naar een nieuwe nier. Dat was een nieuwe dreun voor me. Want die ligt namelijk niet bij Deen in de supermarkt.”
,,Het moest ook nog eens heel snel gebeuren. Ik was er behoorlijk emotioneel onder. Moest bij mensen uit mijn omgeving aanschuiven en mijn probleem vertellen. Je mag het hen niet vragen of ze een nier willen afstaan. Zo had de maatschappelijk werker me meteen duidelijk gemaakt. Tenslotte vraag je een stuk goede gezondheid van een ander en stel dat er daarna met die persoon iets gebeurt, dat wil je niet op je geweten hebben. Acht mensen staken hun vinger op. Mijn vrouw, vrienden en enkele familieleden. Dat hadden ze nog nooit meegemaakt in het Westfriese Gasthuis, acht mensen. Ik nam en neem er ook diep mijn pet voor af. Dat je dat wilt, dat is zó humaan, zo bijzonder. Ze offeren toch iets van zichzelf op. Dat moest ik ook echt allemaal even verwerken. In een week tijd viel ik het van het ene in het andere uiterste.”
,,Uiteindelijk werden vier mensen uitgekozen en daar ben ik nog eens mee gaan praten. De anderen moesten op de reservebank plaatsnemen. M’n broer Ferry zei al die tijd al dat hij het zou worden en qua match bleek hij ook heel geschikt te zijn, honderd procent, want ons weefseltypering is gelijk. Zoiets scheelt enorm voor daarna, met betrekking tot de afstotingsmedicijnen. Voor dat het telefoontje kwam, wie zou matchen, was ik heel emotioneel, wist ik niet waar ik het zoeken moest.”
,,De spanning liep hoog op. Iedereen wilde, maar je kunt niet kiezen. Ze zijn me allemaal even lief. Het werd gelukkig medisch bepaald. En Ferry kwam eruit als meest geschikte. Dat betekende dat mijn moeder twee zoons het ziekenhuis in zou zien gaan.”
,,Het ging steeds slechter met me, maar ik wilde niet opgeven, wilde positief blijven. Dat was soms best moeilijk: m’n loopschoenen vlogen wel eens van de de ene kant naar de andere kant van het huis, omdat ik niet meer kon wat ik wou. Het was de periode dat ik niet was wie ik ben. Soms stond iemand tegenover me een verhaal te vertellen en luisterde ik, maar viel de concentratie weg en keek ik een andere kant op. Dat vond ik zó vervelend voor anderen. Ik was Rick niet. Ik ben áltijd geďnteresseerd in iemand.”
,,Ondertussen ging Lea steeds met me mee. Ze maakte een medisch dagboek, waarin de vooruitgang zichtbaar was, het stabiel zijn, maar ook de achteruitgang. En de koers die je samen vaart in zo’n situatie. De medici dachten aan een operatie in februari van dit jaar, maar al snel bleek dat de kans groot was dat ik februari niet zou redden. Ik woog 71 kilo, at niet meer goed en raakte echt verzwakt. Dus werd het eind december, nu een jaar geleden. Tot december heb ik het werk vol kunnen houden. Toen ik wegging, hadden collega’s iets voor me geregeld, stonden ze opeens met z’n zeventienen om me heen. Sommigen te janken. Heel bijzonder om dat te ervaren, dat je zo met elkaar om kunt gaan. De steun die ik van hen heb gekregen, daar ben ik zo dankbaar voor. Ze vulden ook gelijk een orgaandonorformulier in. Dat is toch super. Je kunt zoveel goeds daarmee doen. Tuurlijk moet je dan nog afwachten of het past. Je moet zoveel geluk hebben, want aan het afstaan van organen zitten restricties. Zelf hadden Lea en ik al eerder in ons leven een donorcodicil opgesteld.”
Nieuw begin
,,Op 23 december stapte ik het ziekenhuis binnen voor een opname van zeven dagen. Een dag voor Kerst werden we getransplanteerd. Wel raar. Kom je op de gang je broer nog even tegen voordat hij op de operatietafel gaat. En dan wachten tot jezelf aan de beurt bent. Het ging goed. Op 31 december, oudejaarsdag, liep ik het ziekenhuis uit, met een nieuwe nier. Een nieuw jaar, een nieuw begin.”
,,Ferry was na twee dagen al het ziekenhuis uit. Dat is heel snel. Ik smste collega’s na een week dat ik thuis was. ‘Dat kon niet’, zeiden ze. Het was inderdaad ook heel snel. En ik wilde het euforische gevoel graag delen. Voordat ik het ziekenhuis in moest, had ik zo lang mogelijk op de hometrainer gezeten. Ze gaan mij niet klein krijgen, dacht ik. Ook daarna ging ik zo verder. Buiten de deur mocht ik aanvankelijk niet, want ik moest oppassen dat ik niets zou oplopen. Je weerstand is afgenomen en een bacterie kun je niet gebruiken. Het ging bijzonder vlot, want in februari liep ik al in een drafje. Ik voerde het op naar drie keer per week trainen met AV Edam-trainer Manfred Mooyer. Hij begeleidt me. En remde me ook af en toe af, dat heb ik wel nodig. In m’n eigenwijsheid wil ik nog wel eens het schema voorbijgaan. Dan heb ik iemand nodig die me terugfluit.”
,,Ik ben vaak drie stappen verder in m’n hoofd, dan anderen om me heen. Wil veel. Misschien soms teveel. Maar ik moet ook beseffen dat ik zuinig moet zijn op mijn lichaam. Ik prijs me gelukkig met wat ik heb, moet deze kans niet vergooien. Als ik dat doe, dan moet ik aan een nierdialyse en ik heb in het ziekenhuis in Hoorn een paar mensen daarmee gezien, daar werd ik niet vrolijk van. Ik moet zorgen dat ik een keuze houd. Gelukkig is mijn conditie altijd goed geweest, dat scheelt enorm.”
‘Je komt jongens tegen die nieuwe longen
hebben, maar hun pensioen niet gaan
halen en toch de dag plukken. Dat geeft mij ook kracht’
,,Het was een enorme confrontatie. Er gebeurt iets waar je naar moet handelen. We hebben het samen gedaan, Lea en ik. Je moet bijvoorbeeld opletten met het eten. Ik kan het wel opbrengen, maar als je, zoals in die periode naar de operatie toe, niet weet waar het eindigt, is dat behoorlijk lastig. Je probeert de dag gewoon te nemen zoals altijd, ik ging gewoon naar m’n werk. Maar als ik thuiskwam, kwam meteen die vraag: hoe voel ik me. Ik juichte als het stabiel bleef, maar op een gegeven moment ging het hard achteruit en had ik nog maar tien procent over, waren mijn nieren verschrompeld.”
,,Omdat ze geen oorzaak weten, kunnen ze ook niet aangeven hoe het zal verlopen met mijn broer’s nier in mijn lichaam. Afstoten, het kan altijd nog gebeuren. Het gaat nu goed, dus schuif je de gedachte daaraan maar naar het achterhoofd. Weet je, ik heb jongens ontmoet die nieuwe longen hebben gekregen, maar in de wetenschap leven dat die longen het nog vijftien jaar doen. Terwijl ze 35 jaar oud zijn. Die dan ook zeggen dat ze hun pensioen niet gaan halen, maar nu de dag plukken. Die positieve knop, dat geeft mij ook kracht.”
Zoals hij die levenskracht weer kan voelen in alles wat hij doet. ,,2010 is zo snel gegaan. Ik heb iedereen deelgenoot gemaakt van mijn probleem, er veel over gepraat. Dan hoefde ik me ook nooit te verdedigen als er eens iets aan de hand was. Nu gaat het als een tierelier. Ik kan weer genieten, samen met mijn omgeving. Ik kan weer zijn wie ik ben. Aan de buitenkant kun je het niet zien, dat iemand getransplanteerd is. Ik wil ook niet graag toegeven dat ik wat mankeer. Terwijl ik eigenlijk iets wil doen wat niet kan, want je bent nou eenmaal niet honderd procent meer. Omdat er iets veranderd is in het lichaam en vanwege de medicijnen.”
,,Met name nu het nieuwe jaar eraan komt, zeggen mensen vaak: als ik maar gezond blijf. Dat zeggen ze vanuit de beleving dat ze ook echt gezond zijn. Als je erg ziek bent geweest en het dan zegt, weegt de definitie ervan veel zwaarder. Je hoort wel eens dat iemand in je omgeving ziek wordt, wat je aan de buitenkant niet ziet. Daar doen we wel eens gemakkelijk over, maar mogen we best eens zorgvuldiger mee omgaan.”
Hij is zijn broer uiteraard eeuwig dankbaar. ,,Hij had al een aparte plek bij mij en nu nog meer, letterlijk en figuurlijk. De anderen wilden ook, maar hij bleek het meest geschikt en heeft het toch maar gedaan voor mij. Hij wilde weer dat ik gezond werd. We zijn nuchter, ik hoef hem niet dagelijks te bellen en te bedanken. Maar ik ben blij dat zijn lichaam goed reageert na die operatie. En het was heel bijzonder dat hij vijf maanden na mijn operatie tijdens mijn eerste wedstrijd als hardloper aan de kant stond te kijken.”
‘Ik liep al vroeg op het NK voor getransplanteerden
en haalde een vierde plaats op de 1500 meter’
In korte tijd verlangde hij enkele prestaties van zichzelf. ,,Ik hoorde van het voorjaar op de radio iets over de World Transplant Games. Dat heb ik altijd in mijn achterhoofd gehouden. Als ik zoiets hoor, dan raak ik geprikkeld. Ik heb me in oktober weten te kwalificeren. Het was krap, de tijd om het te realiseren. Maar ik ben een sportman”, glimlacht hij. ,,Ik liep al vroeg op het NK voor getransplanteerden en haalde een vierde plaats op de 1500 meter. Na zes weken trainen haalde ik anderhalve minuut van mijn finishtijd af. Dat geeft je dan zo’n boost op weg naar 2011. Het komt ook omdat ik een goede basis heb.”
,,Voor de Stichting Sport en Transplantatie, de organisatie waar vanuit we naar de Games gaan, is het ook goed; hebben ze weer een nieuwe deelnemer. En het is zo apart dat je aansluit bij mensen die in dezelfde situatie hebben gezeten als jij. Mensen met een nieuw hart, nieuwe longen. Zo’n evenement, deze Spelen, is de beste manier om aandacht te vragen voor de ‘donor-situatie’. Ik ken weinig mensen die getransplanteerd zijn en aan atletiek doen. Alhoewel, misschien weet ik het niet dat het zo is, want als mensen een shirtje over hun lichaam trekken, dan zie je het niet.”
,,Tijdens zo’n NK, die Transplant Games van straks en een enkel moment gedurende het jaar dat er iets in de buurt is, kun je je steentje bijdrage voor de campagne voor orgaandonatie. Dat zijn de momenten dat je iets terug kunt doen en dan kunnen ze me altijd bellen.”
,,Een overkoepelende bond is er niet, het is een stichting. Zonder subsidie, het bedruipt zichzelf. Met de hoofddoelstelling om aandacht te genereren. Voor iets wat eigenlijk een andere wereld is. Want daar kom je in terecht als je opeens merkt dat je aan een nieuw orgaan moet. Dat bedenk je toch niet. Ik hoop dat mensen er bij stil willen staan. Want door dit alles kan ik weer doorlopen en mijn energie steken in AV Edam. Het zet de boel op z’n kop, maar ook weer op z’n plaats.”
,,Als je leven weg dreigt te glippen, dan knijp je ‘m. Ik was nog niet klaar. Niet met m’n leven met AV Edam, niet met het leven met m’n vrouw. De mensen om me heen hebben me altijd positief gestimuleerd. ‘Het komt goed’, zeiden zij en zei ikzelf ook. Ook al spookte er wel eens een andere gedachte in m’n achterhoofd, toch trok ik me aan die positiviteit van anderen op.”
Toen hij laatst een transplantatie op tv volgde, schoot hij vol. ,,Zoveel pech als ik heb gehad, zoveel geluk heb ik ook gehad. Ook met de medische kennis van nu. Twintig jaar geleden hadden ze me niet zo adequaat kunnen helpen. We mopperen wel eens dat er zoveel geld naar de gezondheidszorg gaat en dat het veel kost, maar daardoor kunnen ze mij wel helpen. En dan ben je zo blij dat dat kan. Iedereen maakt wel eens wat mee wat niet leuk is. Dat neem je mee in je bagage. Aan sommigen zie je het niet, aan sommigen wel, zoals René Schilder (pius), René Tol en Gerie Smit, die na de Nieuwjaarsbrand toch weer bij AV Edam zijn gaan hardlopen. Zo knap dat ze zijn doorgegaan.”
Westerdaal doet dat ook en vervolgt zijn eigen pad. Tussen de mensen die een tweede kans op leven hebben gekregen, van allerlei werelddelen, staat hij straks in juni op de World Transplant Games.
Het schijnt een hele happening te zijn, met zo’n 2000 sporters van over de hele wereld. Het is een bijzondere groep, een kwetsbare groep. Tenslotte slikken we allemaal medicijnen en die zullen we ook moeten blijven slikken. In Göteborg wil ik vooral ervaring op doen en straks in 2013 als de Games in Zuid-Afrika zijn, dan ben ik verder en dan ga ik kijken of ik een punt op de i kan zetten. Het is de uitdaging om te laten zien dat je als mens en sporter nog meetelt. En misschien dat een ander die het leest of ziet of erover hoort, er iets aan heeft.”
Klik hier voor de bron!